gewelds- en zedendelinquenten
Door:
Marielle den Breejen
Organisatie:
politieacademie
Bron:
Internet
De politie moet samen met de reclassering toezicht houden op zware gewelds- en zedendelinquenten die onder voorwaarden vrij rondlopen.
De taakverdeling is echter niet omschreven en de informatie-uitwisseling laat te wensen over. ‘Bij een cliënt met een hoog risico op recidive
of onrust in de wijk, ga ik zelf maar met de wijkagent bellen.’
De politie heeft het toezicht op vrijgekomen, ernstige gewelds- en zedendelinquenten nauwelijks geregeld. De rol van de politie hierin is ook niet
vastgelegd en niet eenduidig. Veel korpsen hebben deze verantwoordelijkheid in handen gegeven van de wijkagent, die daar meestal een eigen invulling aan geeft.
Er is geen landelijke richtlijn. Dit zijn enkele harde conclusies uit een verkennend onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het
programma Politie & Wetenschap. De conclusies zijn des te zorgwekkender, omdat de politie sinds kort wettelijk een taak
heeft in het toezicht op de naleving van voorwaardelijke sancties.
Sinds de nieuwe wet Voorwaardelijke Sancties op 1 april 2012 is ingegaan, moet de politie controleren of gewelds- en
zedendelinquenten zich houden aan de met name vrijheidsbeperkende voorwaarden die de rechter hen heeft opgelegd
(zie kader Wetgeving). Wat die rol precies inhoudt, is echter niet nader in de wet omschreven. Wel is vastgelegd dat het
openbaar ministerie de politie op de hoogte moet stellen van de vrijheidsbeperkende voorwaarden en contact moet leggen
met de reclassering.
Kijk voor het gehele verhaal via deze link: http://www.reclassering.nl/documents/In%20het%20nieuws/Blauw_tussen_wijkagent_reclassering.pdf
bron: Politievakblad Blauw juli 2012




