VeiligLeefbaar wat kan beter, wat kan slimmer...



ministerie V&J

din, 05/02/2013

Wat doe je met een onoplosbare casus? Hoe bind je alle partners aan een casusoverleg? Hoe kunnen kleine gemeenten aansluiten bij een Veiligheidshuis? Deze en andere vragen bespreken we op het landelijk Congres Veiligheidshuizen dat het ministerie van Veiligheid en Justitie, samen met ketenpartners, op dinsdag 5 februari 2013 organiseert.

din, 15/01/2013

Op dinsdag 15 januari 2013 wordt door het Activiteiten platform van IPMA-NL een lezing georganiseerd bij Politie Nederland te Odijk. Het onderwerp is "communicatie binnen projecten en programma's". De lezing gaat over het succes van het programma Burgernet.

woe, 12/09/2012

In het kader van het terugdringen van de bureaucratie bij de politie organiseren het Ministerie van Veiligheid en Justitie, Politie en Openbaar Ministerie op woensdag 12 september a.s. de themadag “Minder regels, meer op straat” in Zeist. Het doel van deze themadag is het geven van een extra impuls aan het versterken van het vakmanschap en presterend vermogen van de politie.

don, 16/08/2012

 

Namens de heer Leon Kuijs (kwartiermaker korpsleiding Nationale Politie) en mw. Dineke Oldenhof (deelkwartiermaker HRM) ben ik (beleidsmedewerker HRM Nationale Politie) zo vrij om u te benaderen met het verzoek of u bereid en in de gelegenheid bent om op 16 augustus 2012 deel te nemen aan een 'Buitenhof' debat over de rol en positie van de politie in 2020 -2024. Het is een programma-onderdeel van de expertmeeting 'Het politievak in 2020 - 2024'. 

Door deblauwediender

21/06/2012 Locatie: Perscentrum Nieuwspoort Den Haag
Evenement: Presentatie van het boek Gezagsdrager.

Bijzonderheid: Het 1e exemplaar is aangeboden aan minister Spies van BZK.

Bron: 
Nationaal Coordinator Terrorismebestrijding en Veiligheid ]NCTV], Ministerie Veiligheid en Justitie [V&J]
Schrijver(s): 
B. van Gestel C.J. de Poot R.J. Bokhorst R.F. Kouwenberg

Op 1 februari 2007 is de ‘Wet ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven’ in werking getreden. Deze wet is erop gericht om opsporingsonderzoek naar terroristische misdrijven in een vroege(re) fase mogelijk te maken en langer te laten voortduren.Om zicht te houden op de wijze waarop deze nieuwe wet wordt toegepast, is de uitwerking van de wetgeving in de praktijk gemonitord. Deze vierde monitorrapportage bestrijkt een periode van een jaar, lopend van februari 2010 tot februari 2011.

Dit is de laatste rapportage waarin aandacht wordt geschonken aan de ervaringen die politie en Openbaar Ministerie hebben opgedaan met de toepassing van de wet. Daarnaast is in dit rapport aandacht besteed aan de toepassing van onderzoeksbevoegdheden in (tijdelijke en permanente) veiligheidsrisicogebieden en aan de ervaringen van de zittende magistratuur (RC’s) en de advocatuur met de verruimde bevoegdheden uit de wet. In het slothoofdstuk blikken we terug op de wijze waarop de Wet opsporing terroristische misdrijven de afgelopen vier jaar is gebruikt.

 

Kijk voor de gehele pdf via deze link: http://www.nctv.nl/Images/opsporing-van-terrorisme-in-de-praktijk_tcm126-444116.pdf?cp=126&cs=60013

Bron: 
dsp-groep
Schrijver(s): 
Han Bruinink Carolien van den Handel Paul van Soomeren

 

Criminaliteit tegen bedrijven is een hardnekkig probleem. Om hieraan iets te doen is het Actieplan Veilig Ondernemen ontwikkeld. Dit convenant van overheid en bedrijfsleven heeft als doel de criminaliteit in het bedrijfsleven van 2004 tot 2010 met 25% te doen afnemen.  Een van de onderdelen van het Actieplan is de subsidieregeling Veiligheid Kleine Bedrijven (VKB) van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en het ministerie van Veiligheid en Justitie (V&J). 

 

Veel ondernemers treffen wel beveiligingsmaatregelen, maar deze blijken vaak onvoldoende, of niet effectief genoeg om criminaliteit buiten de deur te houden. Kleine bedrijven ontbreekt het bovendien nogal eens aan kennis, tijd en geld om zich beter te beveiligen. Met de subsidieregeling hopen de ministeries het bewustzijn, de kennis en de feitelijke beveiliging op een hoger plan te brengen. De regeling is uitgewerkt in nauw overleg tussen overheid en bedrijfsleven. In 2009 werd eerst een pilot uitgevoerd, en in het najaar werd de regeling landelijk uitgezet. De regeling VKB is ook in 2010 en 2011 gepubliceerd, al was er sprake van veranderingen. Eind 2011 heeft onderzoeks- en adviesbureau DSP-groep de regeling geëvalueerd. De resultaten daarvan zijn in dit rapport te vinden.  
Om de effectiviteit en de efficiëntie van de regeling te onderzoeken zijn 50 ondernemers benaderd die gebruik maakten van de regeling en 10 beveiligingsadviseurs. Daarnaast werd informatie vergaard bij het ministerie, AgentschapNL en vertegenwoordigers van het georganiseerde bedrijfsleven.  
 
Kijk voor de gehele pdf via deze link: http://www.dsp-groep.nl/userfiles/file/18chelisub_Evaluatie_subsidieproject_VKB.pdf
Bron: 
Veilig Nederland
Schrijver(s): 
Inspectie Veiligheid en Justitie Ministerie van Veiligheid en Justitie [IOOV]

De Inspectie Veiligheid en Justitie brengt eens in de vier jaar ‘De Staat van het Nederlandse Politieonderwijs’ uit. In de Staat 2011 geeft de Inspectie een oordeel over de kwaliteit van de initiële MBO-opleidingen (niveau 2, 3 en 4) en het postinitiële politieonderwijs.

 

Het eindoordeel luidt dat het politieonderwijs weliswaar van voldoende kwaliteit is, maar op een aantal onderdelen nog niet in orde. Het oordeel is gebaseerd op de kwaliteitscriteria uit het Toezichtskader van de Inspectie. Deze hebben betrekking op onderwerpen als selectie en voorlichting, het leer- en lesprogramma op de Politieacademie en in de korpsen, de examinering en het rendement van de opleidingen.

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft de Politieacademie gevraagd een verbeterplan op te stellen, zodat de verbeterpunten uit de ‘Staat’ eind 2013 gerealiseerd zijn.

Bestanden

Bron: 
Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum [WODC]
Schrijver(s): 
Odinot, G., Jong, D. de, Leij, J.B.J. van der, Poot, C.J. de, Straalen, E.K. van

 

De minister van Justitie heeft tijdens een Algemeen Overleg over tapstatistieken toegezegd een onderzoek te laten verrichten naar de effectiviteit van telefoon- en internettaps (TK 2009-2010, 30 517, nr. 16). 
Dit rapport heeft als doel inzicht te bieden in het feitelijk gebruik van de telefoon- en internettap bij opsporing van strafbare feiten.

 

 In het onderzoek wordt uitgegaan van een getrapte vraagstelling:
Hoe wordt in Nederland gebruikgemaakt van de telefoon- en internettap tijdens het opsporingsproces?
Hoe wordt in enkele andere West-Europese landen (Engeland en Wales, Duitsland en Zweden) met dit opsporingsmiddel omgegaan?
Kunnen (grote) verschillen tussen deze landen in het gebruik van dit opsporingsmiddel worden verklaard?
Deze vraagstelling is uitgewerkt in verschillende onderzoeksvragen, die zich samen laten vatten als: hoe vaak, waarom en wanneer wordt de telefoon- en internettap ingezet, voor hoe lang wordt een tap aangesloten en wat voor een informatie levert het dan op?
 
Kijk voor de gehele publicatie via deze link: https://www.wodc.nl/images/ob304-volledige-tekst_tcm44-423435.pdf
Bron: 
Ministerie van Veiligheid en Justitie, Raad voor de Volksgezondheid en zorg [RVZ]

Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie heeft op 31 juli in Den Haag mede namens minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het advies ‘Stoornis en delict’ in ontvangst genomen, van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ). Het advies bevat aanbevelingen over de samenhang tussen de geestelijke gezondheidszorg en de forensische zorg, en over de gevolgen van de Wet forensische Zorg (Wfz) en de Wet verplichte GGZ (WvGGz) voor beide sectoren.

Voor een succesvolle invoering van de Wet forensische zorg (Wfz) en de Wet verplichte GGZ (WvGGZ), die gezamenlijk tot doel hebben de aansluiting van forensische en reguliere geestelijke gezondheidszorg te verbeteren, is noodzakelijk dat de ministers van VenJ en VWS een gezamenlijk uitgedragen visie hanteren op de zorg voor patiënten met ernstige psychische aandoeningen, waarin zij de voor- en doorzorg voor deze patiënten als uitgangspunt nemen. De ggz zal voor een herkenbaar en begrensd profiel moeten kiezen door prioriteit te leggen bij de zorg voor deze patiënten. Hiertoe moet krachtig worden ingezet op verdergaande ambulantisering, onder meer door substantiële uitbreiding van het aantal (F)ACT-teams. Ook zorgverzekeraars en gemeenten moeten hun verantwoordelijkheid voor de keten van forensische zorg nemen.

 

Kijk voor de gehele pdf via deze link: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/07/31/rvz-advies-stoornis-en-delict.html