VeiligLeefbaar wat kan beter, wat kan slimmer...



wijkagent

don, 24/11/2011

 

Overlastgevende jeugd(groepen)… ze mogen de laatste jaren rekenen op bijzondere aandacht van de politiek en uitvoerders op straat. Iedereen in de keten van gemeente, welzijnswerk en politie werkt hard om de overlast die jongeren veroorzaken doeltreffend aan te pakken.

Uit de “Aanpak jeugdgroepen voor gemeenten” blijkt dat de verschillende taken en verantwoordelijkheden van deze partners afbreuk kunnen doen aan de onderlinge samenwerking. In het bijzonder gaat het om de samenwerking tussen jongerenwerker en wijkagent. Daar waar zij samenwerken, blijkt spraakverwarring te ontstaan: “We snappen elkaar niet”, is een veelgehoorde uitspraak.

Door Titus Mars

De buurt waarin ik woon is ontdekt door de jeugd van de omliggende middelbare scholen. Groepjes jongeren wandelen in hun tussenuren door het vele groen en verzamelen zich rond de bankjes. Ook 's avonds komen ze terug. Sommigen hebben stoere brommers en oefenen zich in het rijden op één achterwiel. Anderen beginnen tegen middernacht nog een spelletje voetbal. Niet al deze bezoekers stellen zich even aanspreekbaar op. Tijd voor de overheid om in te grijpen.

Bron: 
Rijksuniversiteit Groningen
Schrijver(s): 
Nicole Nederhoed, Scriptie Master Strafrecht & Criminologie

 

Sinds de Nederlandse politie in 1995 haar eerste stappen op het wereldwijde web heeft gezet is er veel veranderd (Hensen & Leijen, 2011). In aansluiting op de ontwikkelingen is de regiopolitie Groningen in het najaar van 2009 gestart met een pilot voor het gebruik van Twitter. Een belangrijke reden hiervoor is gelegen in de verschuiving van fysieke communicatie naar communicatie via sociale media. 

 

Wil de politie  goed kunnen  communiceren met de burger, dan moet zij zich aanpassen en met deze ontwikkelingen meegaan. Door het gebruik van Twitter wil de politie transparante en directe communicatie met burgers stimuleren en het gevoel van betrokkenheid en veiligheid onder burgers vergroten. Daarnaast moet het gebruik van sociale media bijdragen aan positieve 
beeldvorming van de burger over de politie (Boer, 2009). 
Eerdere onderzoeken naar het gebruik van sociale media door de politieorganisatie richten zich voornamelijk op de bijdrage die sociale media kan leveren aan het politiewerk met betrekking tot opsporing, burgerparticipatie en de inzet van sociale media in geval van crises. Daarnaast is reeds onderzoek gedaan naar de effecten van het gebruik op het veiligheidsgevoel van de burger en naar de vraag of het gebruik van sociale media bijdraagt aan positieve beeldvorming over de politieorganisatie. Maar hoe ervaren politieagenten het gebruik van sociale media? En wat is de invloed van sociale media op het politiewerk? Heeft het de werkzaamheden van de politie veranderd? Daarover is nog maar weinig bekend.
 
Kijk voor de gehele scriptie via deze link: http://api.ning.com/files/QdOl76r8*Atjbr2POmZsN0Gx6RU0ZTTTRz6sk1St6xdAQz*yspZnFOqpdPc6w06tZtoA5UphYMJnempAfwLeGJIMWnQztX6v/Wijkagent2.0Definitieveversiescriptieoktober2012.pdf
Politie 2.0, www.http://criminaliteitswijzer.ning.com

In 2001 startte de politie Rotterdam-Rijnmond met een proces-gerichte inrichting. Daarbij werd de wijkpolitie benoemd als backbone van de organisatie. Om die reorganisatie kracht bij te zetten werden allerlei Loesje-achtige spreuken gebruikt. De meest gebruikte spreuk was: “In de wijk is de burger meester”. Ik had toen nog geen flauw idee dat deze spreuk nog eens zo dicht bij zou komen. Zo begint Hans Hoekman zijn scriptie 'De buurt bestuurt'.

wegwijzerjeugdenveiligheidl

Zowel binnen jongerenwerk als politie zijn er veel ontwikkelingen die ervoor zorgen dat  jongerenwerkers en wijkagenten de mensen in de wijk niet meer kennen. Denk bijvoorbeeld aan ambulant jongerenwerk waardoor jongerenwerkers maar een paar uur per week aan iedere wijk waar ze werken, kunnen besteden.

Door: 
Marielle den Breejen
Organisatie: 
politieacademie
Bron: 
Internet

 

De politie moet samen met de reclassering toezicht houden op zware gewelds- en zedendelinquenten die onder voorwaarden vrij rondlopen. 
De taakverdeling is echter niet omschreven en de informatie-uitwisseling laat te wensen over. ‘Bij een cliënt met een hoog risico op recidive 
of onrust in de wijk, ga ik zelf maar met de wijkagent bellen.’ 
De politie heeft het toezicht op vrijgekomen, ernstige gewelds- en zedendelinquenten nauwelijks geregeld. De rol van de politie hierin is ook niet 
vastgelegd en niet eenduidig. Veel korpsen hebben deze verantwoordelijkheid in handen gegeven van de wijkagent, die daar meestal een eigen invulling aan geeft.

 

Er is geen landelijke richtlijn. Dit zijn enkele harde conclusies uit een verkennend onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het
programma Politie & Wetenschap. De conclusies zijn des te zorgwekkender, omdat de politie sinds kort wettelijk een taak
heeft in het toezicht op de naleving van voorwaardelijke sancties.
Sinds de nieuwe wet Voorwaardelijke Sancties op 1 april 2012 is ingegaan, moet de politie controleren of gewelds- en 
zedendelinquenten zich houden aan de met name vrijheidsbeperkende voorwaarden die de rechter hen heeft opgelegd 
(zie kader Wetgeving). Wat die rol precies inhoudt, is echter niet nader in de wet omschreven. Wel is vastgelegd dat het 
openbaar ministerie de politie op de hoogte moet stellen van de vrijheidsbeperkende voorwaarden en contact moet leggen 
met de reclassering.
 
Kijk voor het gehele verhaal via deze link: http://www.reclassering.nl/documents/In%20het%20nieuws/Blauw_tussen_wijkagent_reclassering.pdf

 

bron: Politievakblad Blauw juli 2012

Door: 
Gerard Hazebroek
Organisatie: 
wijkagent in Waddinxveen.
Bron: 
Ingezonden

Ze fietsen elke dag dezelfde route naar school. Branie en balorigheid kunnen niet uitblijven. Een vuilniszak wordt over straat geschopt. De gescheurde zak braakt zijn inhoud uit. De buurt is er klaar mee. Een bewoonster helemaal. Vastberaden baant zij op de pubers af en spreekt ze op hun gedrag aan. De mannen krijgen een nieuwe zak en mogen de rommel opruimen. Terecht!

 

Maar zo gedwee als ze zijn bij het verzamelen van het vuil, zo irritant gaan zij zich de weken erna gedragen. De woning van de vrouw die ze aansprak en liet opruimen, is nu het mikpunt van hun pesterijtjes. 
 
Ze fietsen over de stoep. Schreeuwen als ze langsrijden. Spugen of gooien blikjes in de tuin en mikken appeltjes tegen het raam. 
De bewoners laten het gelaten over zich heen komen. Gaat vanzelf over, hopen zij. Tevergeefs. Negeren dan maar. Ook dat helpt niet. Het blijft maar doorgaan. Het wordt een kleine obsessie, die hun leven en gemoed gaat beheersen. Uiteindelijk volgt het belletje naar mij als wijkagent. Ik hoor het verhaal met stijgende verbazing aan. Een ‘korte klap’ lijkt hier op zijn plaats. “Dinsdagmorgen ben ik bij u”, besluit ik het telefoongesprek.
 
Om 07.45 uur zit ik bij de mensen thuis aan de koffie en heb vrij zicht op straat. “Meestal komen ze rond 07.55 uur langs”, vertelt de vrouw des huizes. Komt mooi uit, dan kan ik nog even rustig mijn koffie opdrinken. 
 
En inderdaad klokslag vijf voor acht fietst het stel langs. Over de stoep, joelend en naar binnen kijkend. Ik schiet uit de startblokken en sta binnen een seconde buiten. Ik grijp mijn bike en brul gelijk de jongens toe te blijven staan. Het werkt. 
 
Vier brugpiepers verzamelen zich rond mijn bike. Schoudertjes laag en koppie naar beneden. Ze weten hoe laat het is. Eén voor één verdwijnen de namen in mijn boekje. “Ik ga straks jullie ouders bellen en ik ga ook jullie school hierover informeren”, vertel ik de mannen alvast. Daarna geef ik ze onder uit de zak. Hoe ze dit in hun hoofd halen. En ik waarschuw ze voor herhaling. Dan kunnen ze een middagje op het bureau komen. Mijn preek lijkt zijn uitwerking niet te missen. Maar het is nog niet afgelopen. Ik wil dat ze direct hun excuses gaan aanbieden. Boter bij de vis nu ze hier toch zijn. Het viertal belt aan bij de woning. Met de nodige schroom wordt er een excuus aangeboden. Dan mogen ze van mij verder naar school. 
 
De bewoners zijn blij dat de jongens aangesproken zijn op hun gedrag en hopen dat de overlast nu verleden tijd is. Zaak opgelost. Geen wereldprobleem, maar wel een lekker begin van de dag.
 
Gerard Hazebroek, Wijkagent
 
Bron: Politie Hollands Midden