Sinds de vernieuwing van de Halt-afdoening in 2010, zijn ze niet meer de ‘papierprikkers’ van vroeger. De nadruk van een Halt-straf ligt tegenwoordig veel meer op ‘herstel’: het aanbieden van excuses aan de benadeelde en betalen van de schade. Maar niet iedereen weet dat. Ook bij de politie niet. Het beeld dat bij velen nog op het netvlies staat – een groep jongeren met fluorescerende hesjes waarop in grote letters ‘HALT’ staat, bladeren of papier prikkend in een park, als boetedoening voor hun vandalisme of (klein) vergrijp – blijkt zeer hardnekkig.
Tegenwoordig ligt de nadruk op het pedagogisch effect van de straf bij de jongere en staat het ‘slachtoffer’ veel meer centraal: schade wordt vergoed en de jongere biedt excuses aan. De ouders van de dader worden altijd betrokken bij de Halt-straf. Zij krijgen een gesprek met een Halt-medewerker en zijn ook direct betrokken bij de ‘strafmaatregelen’ die aan hun kind worden opgelegd. Het kind – Halt-afdoeningen zijn bedoeld voor jongeren van 12 tot 18 jaar – moet persoonlijk zijn excuses aanbieden bij de benadeelde partij. Hierbij gaat het om de directe confrontatie met degene die benadeeld is door de overtreding. Kruithof: ‘Voor de benadeelde werkt dit ook goed. Die voelt dat hij erkenning krijgt voor zijn aangifte en is dan in de toekomst ook sneller bereid aangifte te doen als er iets mis is.’ Naast het maken van excuses zijn de jongeren verplicht een leeropdracht (meestal in de vorm van een maatschappelijk relevant werkstuk) uit te voeren. Een werkstraf wordt opgelegd als er in de strafmaat ruimte voor is. ‘We zoeken daarbij zoveel mogelijk naar een straf die te maken heeft met de overtreding, zodat er voor de jongere een logisch verband is’, zegt Arina Kruithof.
Of een jongere in aanmerking komt voor een Halt-afdoening wordt bepaald door het delict – dat moet Halt-waardig zijn – en de leeftijd van de jongere. Daarnaast kan de officier van justitie, gebruikmakend van zijn discretionaire bevoegdheid, bepalen dat een jongere voor een niet-Halt-waardig delict toch naar Halt kan. Voorwaarde is altijd dat de jongere zelf schuld moet bekennen. ‘Het idee achter Halt is dat de dader zich realiseert dat hij iets heeft gedaan wat maatschappelijk onwenselijk is en dat hij dat via Halt kan goedmaken. Er zit een duidelijk opvoedende component aan. Voordeel voor de jongere is ook dat een Halt-afdoening geen strafblad oplevert, wat bepalend kan zijn voor hun verdere toekomst, bijvoorbeeld bij het krijgen van een baan. We horen wel eens dat - als onbedoeld neveneffect van het Salduz-arrest (volgens uitspraak EHRM, 1 april 2010, red.) - een aanwezige advocaat bij het politieverhoor adviseert “niet schuldig” te verklaren. De kans op een Halt-afdoening is dan verkeken. Dat is spijtig’, stelt Kruithof.
Hoewel ze de samenwerking met de politie ‘goed’ noemt, ‘op alle niveaus’, moet Kruithof wel constateren dat de toestroom van jongeren naar Halt terugloopt: ‘We doen daar momenteel onderzoek naar en kunnen wel al een aantal vermoedelijke oorzaken noemen, zoals de administratieve lasten bij de politie, het al genoemde Salduz-arrest, de beeldvorming over Halt en de Halt-afdoening, maar ook de kennis die er bij de politie is over Halt. Als die kennis er überhaupt al is, weten ze vaak onvoldoende over de vernieuwde Halt-methodiek en realiseren ze zich niet de stevige impact die de huidige aanpak kan hebben. We wachten nog op de definitieve uitslag van het onderzoek, maar hebben wel alvast een voorschot genomen op de uitkomst. In de nieuwe jaargang van de Politieacademie wordt standaard een module over Halt opgenomen. We willen de politie graag laten weten waar we als Halt nu voor staan.’